De antwoorden op veelgestelde vragen over onze werkwijze, de vier kernen of andere onderwerpen, vind je hieronder.
Kun je geen antwoord vinden op je vraag? Mail ons dan even via info@taaldoen.nl

De bedoeling, de structuur en de werkwijze van Taal doen de tweede druk is hetzelfde gebleven. Je maakt gebruik van dezelfde houten kistjes en kleuren, we voegden slechts enkele toe.
Je ziet dat de pictogrammen van de vier kernen veranderd zijn. De woorden presentatie en beleving zijn toegevoegd, de kernen Taal & ik en Taal & expressie zijn verdwenen.
De inhoud van de kast is echt heel anders, alle werkjes zijn vernieuwd. Communicatie is een groter onderdeel geworden. De kerndoelen van 2026 en jullie feedback zijn verwerkt. Zo is de inhoud van de rode doosjes veel gevarieerder, er zijn meer woorden gekozen en de middenbouw heeft duidelijk andere woorden dan de bovenbouw. Ook vind je volop afbeeldingen in de set.
Wij gaan uit van een lange ononderbroken werkperiode waarin kinderen vanuit vrijheid en verantwoordelijkheid werken met Taal doen. Jij verzorgt de lopende en lesjesronde zodat je kinderen kunt inspireren. Daarbij is je observerende houding het uitgangspunt. Je geeft lesjes en feedback, je nodigt kinderen uit te werken in de zone van de naaste ontwikkeling. Je past alle didactische vaardigheden toe die je je eigen hebt gemaakt en die de ontwikkeling van het kind stimuleren. Je laat zien dat taal prachtig is, je geniet. Taal helpt je de wereld op verschillende manieren te ontdekken.
Het periodeplan is de basis van de lijn van de volwassene. Je plant samen met je bouw de leerinhouden die in de periode aangeboden gaan worden. Alle kinderen uit het leerjaar sluiten aan bij de groepsles. Wie wil sluit ook aan. Geef je dus bijvoorbeeld een groepsaanbieding aan groep 5 over de persoonsvorm dan kunnen kinderen uit groep 3 en 4 ook aansluiten. Natuurlijk. Je geeft je groepsaanbieding bij voorkeur aan het einde van de werkperiode.
De kinderen die de groepsaanbieding gevolgd hebben hoeven niet direct aan de slag met de leerinhoud. De lijn van de volwassene gaat over gegarandeerd, beredeneerd aanbod. Je prikkelt kinderen en staat soms verbaasd over wat ze al weten, kunnen.
De lijn van de volwassene garandeert daarnaast de professionalisering van de leraren. Samen bespreek je de inhoud van de les. Dit maakt jullie team tot een sterker team.
Je sluit je les af met een uitnodiging. Wie van jullie wil hiermee aan het werk? Heus, ieder kind komt tijdens zijn eigen werk met deze leerinhoud in aanraking.
In een la zitten 60 werkjes, sommigen duren lang. Een kind hoeft niet alle werkjes gedaan te hebben. Jouw taak is het om te zorgen voor diversiteit en variatie: je stimuleert een afwisselende keuze uit de groene, gele, blauwe kern. Ontwikkeling van het kind staat centraal. Kwaliteit gaat daarbij boven kwantiteit. Dat betekent liever een werkje driemaal doen in een periode met aandacht voor verrijking en verdieping in plaats van een sneltreinvaart alle werkjes afvinken.
Alle taaldomeinen zijn ruim opgenomen. Wanneer een kind werkt met een werkje komen verschillende taaldomeinen, leerinhouden aan bod. De ervaring leert dat kinderen voorkeuren voor bepaalde type werkjes hebben en dat hierbij gewoon alle taaldomeinen aan bod komen.
We adviseren je om Od!n te gebruiken voor je eigen registratie. Noteer waarnemingen die opvallend zijn. Registreer niet om te registreren. Registreer om een helder beeld van het kind te krijgen en ontwikkeling in kaart te brengen. Registreer om je eigen blinde vlekken te ontdekken. Bespreek je registratie met anderen.
We bieden diverse voorbeelden van registratie, ook voor het kind. Deze vind je in het menu onder handleiding. Je kunt ze downloaden en aanpassen aan je eigen school. We adviseren om het kind een overzicht van de mogelijke werkjes te bieden en dit te koppelen aan leerinhouden. Het gaat er niet om wat je gedaan hebt. Wel om wat je geleerd hebt.
Kinderen kunnen hetzelfde werk meerdere malen doen. Juist de herhaling is van groot belang voor het leren. Bevraag het kind tijdens je ronde en hoor wat er omgaat in het hoofd van het kind. Nodig het kind uit te vertellen wat het denkt , hoe het denkt en wat het leert van het werkje. Wat maakt dit werkje zo interessant?
Wanneer meerdere kinderen een specifiek werkje regelmatig kiezen, kun je dit ook gebruiken om een groepsboek te maken.
De lijn van de volwassene borgt je aanbod in taalverzorging. Iedere week staat er een andere afspraak centraal. Jij biedt aan, dat doe je op een boeiende en sterke manier. Het periodeplan van Taal doen laat precies zien welke afspraak in welke week aangeboden kan worden.
Belangrijke ingrediënten van een sterke spellingsles zijn:
Je weet het vast al: spelling is zo veel meer dan het aanbieden van een afspraak.
Taal doen past in eerste instantie bij de lijn van het kind. Kinderen kiezen vanuit vrijheid en verantwoordelijkheid. Het delen van ervaringen en het presenteren van producten waarbij verteld wordt over het proces, zijn essentieel voor sterk gebruik van de kasten.
Bij Taal doen hoort een presentatiewand. Wanneer een kind een mooi werk heeft gemaakt hangt het dit op. Geef aandacht aan de verzorging, denk aan: taalwerk wordt op lijntjespapier geschreven, het werk is geïllustreerd, het werk wordt op een gekleurd vel geplakt, voorzien van datum, titel van het werkje en naam van het kind.
Het is uitnodigend om een- of tweemaal per week een presentatiemoment met de groep te organiseren. Dat kan het beste aan het eind van een werkperiode. Kinderen die willen kunnen hun werk presenteren. Het is aan jou als leerkracht hoe je hier een leermoment van maakt: bijvoorbeeld door het kind ook vragen aan de groep te laten voorbereiden of door de groep vragen te laten stellen. Ook kun je een Raad & daadkaart aanbieden die aansluit bij presentatievormen. De hele groep let dan op dat ene aspect.
We gaan er vanuit dat de kinderen werken met de taaldozen. Alle taaldozen horen thuis in de middenbouw. Het materiaal van Taal doen verdiept en herhaalt de kennis en vaardigheden.
We gaan er vanuit dat de kinderen werken met het pijlenmateriaal voor ontleden. Dat is de basis. Het materiaal van Taal doen verdiept en herhaalt de kennis en vaardigheden.
Je start met een lesje: iedere kaart gaat over nieuwe kennis. De zinnen die eronder staan zijn gericht op het oefenen.
Daarna volgt de toepassing. Je zegt: bedenk nu zelf zinnen waar … (bijvoorbeeld een lijdend voorwerp in voorkomt). Ga op zoek naar zinnen met …
Voor verdere oefeningen kun je het doosje met zinnen gebruiken.
Taal doen maakt geen gebruik van een nakijkboekje. Door de variaties in de verwerkingen is een eenduidig nakijkboekje niet mogelijk. Wel heb je pdf-bestanden ontvangen van alle werkjes en kun je de codering gebruiken om te zien of de kaarten liggen zoals wij bedacht hebben. We stimuleren kinderen onbekende dingen op te zoeken of te vragen aan een ander. Kinderen die moeite hebben de spellingafspraken toe te passen, hebben sowieso moeite met het corrigeren van hun eigen werk.
Je kijkt het werk samen met het kind na, dit doe je door te spreken over het werk. Tijdens de rondgang geef je feedback. Nakijken na schooltijd is weinig effectief voor de ontwikkeling van kinderen.
Een leuk idee is om met je groep een soort nakijkboek te maken. Als het kind een doosje heeft gelegd maak je een foto van de kaartjes.
Ieder kaartje is gecodeerd. We adviseren om gevonden kaartjes in een bakje op je bureau te verzamelen en aan het einde van de dag, tijdens de taakjes, de kaartjes in de juiste doosjes terug te plaatsen.
Een Taal doen werkje moet altijd op een dienblaadje gedaan worden.
Net zoals bij al het andere werk wil je het kind en het werk zien. Dat doe je tijdens je rondgang, dan kom je ook bij het kind met een taalwerkje. Je bespreekt kort het werk. Soms geef je een aanbieding, dit doe je zoveel mogelijk op montessoriaanse wijze: kort, met weinig woorden en op de inhoud gericht. Je start met vragen, waarbij je voorkennis activeert en daarna af kunt stemmen op de werkelijke vraag: Waarover gaat dit over? Vertel eens, wat gebeurt er in je hoofd?
Daarna kun je de activiteiten zoals vermeld op het kaartje bespreken. Je past dit aan indien nodig. Zo kun je het werk inperken door te zeggen: Schrijf vijf woorden op. Of Je kunt het kind een andersoortige verwerking laten maken. Zorg dat je tussentijds het werk ziet. Na afloop geef je feedback: op het werk en op het proces.
Taal doen leent zich heel goed voor Montessori Minutes: het zijn de korte momenten die je effectief inzet om met de gehele groep aan het werk te zijn.
Bijvoorbeeld:
Je pakt een zin uit de doos zinnen. Je schrijft deze op het digibord. De kinderen gaan staan. Een kind kan een vraag stellen over de zin. Bijvoorbeeld Zet de zin in het meervoud. Een ander kind geeft het antwoord. Wie ziet er nog meer mogelijkheden?
Plaats de zin in de verleden tijd? Welk werkwoord is de persoonsvorm? Kun je het bijvoeglijk naamwoord veranderen? Welke spellingafspraken gebruik je in het vierde woord? , etc. etc.
Ook de stroken met taalsymbolen kun je goed inzetten.
Sanne Uittien en Marit de Graaf schreven een inspirerend boek: Een Momentje Montessori.
Natuurlijk kunnen beide sets naast elkaar gebruikt worden. Het is goed jullie te realiseren dat met name het spellingsdeel uit de basislade substantieel anders is. Bespreek dit in je bouw, in je team. Zodat de gebruikte vaktaal bij de spellingsafspraken en het taalaanbod in de school gelijk blijft. Maak daarover afspraken.
Gebruik de nieuwe periodeplannen van de nieuwe versie, dat kan.
Geef feedback aan kinderen met de nieuwe kerndoelen in je hoofd, blijf niet hangen in dat wat je deed. Houd vast wat sterk is, pas aan wat beter kan.